Zo spreekt God de Heer: Wanneer gij uit uw midden de onderdrukking verwijdert en de dreigende vingers en de kwaadsprekerij, wanneer gij uw hart voor de hongerige opent en de mistroostige verzadigt, dan straalt uw licht in de duisternis, dan wordt uw nacht als de middag. Dan zal de Heer u blijven geleiden; Hij zal u in dorre streken verzadigen en aan uw gebeente zal Hij kracht geven. Als een gesproeide tuin zult gij dan worden, als een bron, waarvan het water nooit wegblijft. Dan bouwt gij de oude ruïnes weer op en herstelt gij de fundamenten van vroeger. ‘De bressendichter’ zal men u noemen, ‘degene die weer leven brengt in de straten’. Wanneer gij op de sabbat geen reis meer onderneemt en op mijn heilige berg niet langer uw voordeel najaagt, wanneer gij de sabbat uw vreugde noemt en de heilige dag van de Heer eerbiedigt, wanneer gij die dag in ere houdt door niet uw zaken na te gaan en niet uw voordeel te zoeken en geen handel te drijven, dan zult gij vreugde vinden in de Heer; dan voer Ik u alle bergen van de aarde over en laat Ik u genieten van het erfdeel van Jakob, uw vader. Waarlijk, door de mond van de Heer is dit woord gesproken!
Aanhoor mijn gebed, Heer, en wil mij verhoren, ik ben ongelukkig en arm. Bescherm mij, want U ben ik toegewijd, draag zorg voor uw dienaar, hij rekent op U. Mijn God zijt Gij toch, heb erbarmen met mij, voortdurend roep ik tot U. Verblijd het hart van uw dienaar. Heer, ik richt mij tot U vol vertrouwen. Gij zijt immers goed en genadig, Heer, barmhartig voor elk die U aanroept. Luister dan, Heer, naar mijn bidden, geef acht op mijn smekende stem.
In die tijd, bij het tolhuis gekomen, richtte Jezus zijn blik op een tollenaar die daar zat, een zekere Levi. Hij zei tot hem: 'Volg Mij.' De man stond op, liet alles achter en volgde Hem. Levi nu bood Hem in zijn huis een groot feestmaal aan, waarbij onder anderen talrijke tollenaars met hen aanlagen. De Farizeeën, met name de schriftgeleerden onder hen, morden daarover tegen zijn leerlingen: 'Waarom,' zeiden ze, 'eet en drinkt gij met tollenaars en zondaars?' Maar Jezus nam het woord en sprak: 'Niet de gezonden hebben een dokter nodig, maar de zieken. Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen maar om zondaars te roepen, opdat ze zich bekeren.'
O Schepper, U kent het hart van de mens, Luister naar onze tranen en de roep van ons gebed. Leid ons naar de woestijn, reinig ons Met deze heilige vasten van de Veertigdagentijd. In uw tederheid, Heer, doorgrondt U onze harten, U kent het gebrek van onze krachten, Geef aan degene die bij U terugkomt De vergiffenis en genade van uw liefde. Ja, we hebben tegen U gezondigd : Vergeef hen die huilen en uw Naam getuigen. Buig U over onze wonden, Heer, genees ons (cf Lc 10,34) om U lof te kunnen zingen van uw heerlijkheid. Dat de onthouding onze lichamen bevrijdt, Dat de genade het verlicht in uw lichtlichaam. Dat onze geest weer eenvoudig wordt, Dat hij elk kwaad en elke zonde vermijdt. Wij bidden U, zalige Drie-eenheid, Leid ons naar de vreugde van het Paasfeest En wij zullen Christus zien opstaan, Verheerlijkt en levend onder de doden. Amen.
Zo spreekt God de Heer: Roep het luide uit, houdt u niet in, verhef uw stem als een ramshoorn. Leg aan mijn volk hun weerspannigheid voor, aan Jakobs huis zijn zonden. Dag aan dag zoeken zij Mij, verlangend mijn wegen te kennen, als gold het een volk dat gerechtigheid beoefent, en het recht van zijn God niet verwaarloost. Rechtvaardige oordelen vragen zij Mij verlangend naar Gods nabijheid. 'Waarom ziet Gij niet dat wij vasten, merkt Gij niet dat wij ons vernederen?' Op de dag dat gij vast zoekt gij nog uw voordeel, en beult gij uw slaven af. Gij kijft en krakeelt als gij vast en slaat er boosaardig met uw vuisten op los. Neen, bij een vasten als dit dringt uw stem in den hoge niet door. Is dat soms het vasten dat Ik verkies, is dat een dag waarop de mens zich vernedert? Zijn hoofd als een riet laten hangen en neerliggen in zak en as: noemt gij dat soms vasten, en een dag die Jahwe behaagt? Is dit niet het vasten zoals Ik het verkies: boosaardige boeien slaken, de strengen van het juk losmaken, de geknechte de vrijheid hergeven, en alle jukken door te breken? Is vasten niet dit: uw brood delen met wie honger heeft; arme zwervers opnemen in uw huis; een naakte kleden die gij ziet en u niet onttrekken aan de zorg voor uw broeder? Dan breekt uw licht als de dageraad door en groeien uw wonden spoedig dicht; dan gaat uw geluk voor u uit, en sluit de Heers glorie uw stoet. Als gij dan roept, geeft de Heer u antwoord, en smeekt gij om hulp, Hij zal zeggen: 'Hier ben Ik!'
Hier staan overwegingen die in Weesp of Muiden gedaan zijn.